Erfpunt / organisch depot

Het organisch depot van het onroerenderfgoeddepot Waasland: de zorg voor organische archeologische objecten.

Archeologische objecten komen voor in veel verschillende materialen (glas, metaal, ceramiek, organisch materiaal, samengestelde materialen) en condities (graad van verwering, fragiliteit, corrosie, e.d.) en vragen daarom telkens een specifieke aanpak.

Hoe goed een object ook behandeld en verpakt wordt, perfect behoud ten eeuwigen dage is hiermee niet gegarandeerd. Het degradatieproces zal worden vertraagd, maar kan nooit volledig worden stopgezet. Het is daarom zeer belangrijk om de objecten op regelmatige basis na te kijken en in te grijpen waar nodig.
Behalve de verpakking van de objecten zelf, is ook de bewaarplaats van groot belang voor de vondsten. In ideale omstandigheden worden de voorwerpen ondergebracht in geacclimatiseerde ruimtes die afgestemd zijn op de eisen van de verschillende materiaalsoorten .

Bij organisch materiaal (hout, leder, textiel, botmateriaal, plantaardig materiaal) is het van belang om onderscheid te maken tussen behandeld en niet behandeld of nat materiaal:

  • Qua bewaaromstandigheden voor behandeld materiaal gelden  richtlijnen voor RV tussen 50% en 55% en een koele temperatuur (max. 20°C). Aangezien een te droge bewaring vermeden moet worden mag de verpakking nooit luchtdicht afgesloten worden (bv. doorprikte PE-zakken).
  • Niet behandeld of nat organisch materiaal wordt bij voorkeur donker en koel bewaard, best in een koelkast of koelkamer (min. 1°C - max 5°C).
    Natte voorwerpen worden altijd nat gehouden, tot aan de eventuele conservatieve behandeling. Het voorwerp wordt NOOIT gedroogd. Het object wordt in een goed passend(e) en waterdicht(e) zakje of doos geplaatst, ondergedompeld in kraanwater.

 



Hak in hetshoorn, 3400 BP, onderzoek Sint-Gillis-Waas – Kluizenmolen 2010

 

Om een optimale bewaring van zijn onbehandelde organische objecten en materialen te verzekeren werd het organisch depot van Erfpunt eind 2016 uitgerust met een koelcel van ca 14m³. Deze zal eveneens aangewend worden voor de tijdelijke opslag van onverwerkte bulkmonsters en stalen voor pollenanalyse.

Momenteel worden in het organisch depot controles uitgevoerd op de collectie onbehandeld  leer en hout en waar nodig wordt herverpakt en/of water bijgevuld (zie hierboven). Vervolgens krijgen de voorwerpen hun definitieve plaats in de koelcel en wordt een plaatsnummer toegekend om alles vlot te kunnen traceren.

In een volgende fase zal op basis van de bewaringstoestand en/of een assessment (inschatting van het potentiëel voor wetenschappelijke kennisvermeerdering) een selectie uitgevoerd op de massa’s zeefstalen en –residu’s afkomstig van zowel decennia-oude als recentere onderzoeken. Op die manier trachten we het organisch depot “gezond” te houden en potentiële aangroei van de depotcollectie mogelijk te maken.

(1)  COOLS, A., 2009, Inpakken, een kunst. Het verpakken van archeologische vondsten (VIOE handleiding 1), VIOE, Brussel, p.9-26