Depot 35 textielfragment

Textielfragment

 

Een textielfragment en metalen schijfje uit een priestergraf in de kerk van Sint-Pauwels

Deze maand stellen we een recente vondst van textiel voor. Textiel vinden we in het Waasland maar heel uitzonderlijk terug. Dit vondstenmateriaal is dus maar een kleine groep binnen de collectie van het onroerenderfgoeddepot Waasland.

Naar aanleiding van de plaatsing van een nieuw verwarmingssysteem voerde de Archeologische Dienst Waasland (nu Erfpunt) van augustus tot oktober 2015 een archeologisch onderzoek uit in de aan te leggen kanalen in de Sint-Pauluskerk te Sint-Pauwels. In een kanaal dat het hoogkoor van noord naar zuid doorsneed, werd het oostelijke uiteinde van een graf aangetroffen. Uit de analyse van de stratigrafie bleek het te gaan om een van de jongste bijzettingen in het hoogkoor.

Priestergraf

Binnen het uitgegraven kanaal kwam bij het onderzoek een schedel aan het licht. De overledene bleek dus bijgezet met het hoofd naar het oosten gericht. Op basis van deze oriëntatie kan worden besloten dat het hier om een priestergraf gaat.

Het verschil in graforiëntatie tussen gewone stervelingen en priesters gaat terug op de christelijke traditie m.b.t. de Dag des Oordeels, waarbij Christus in het oosten zou verschijnen. Door de overledenen met hun voeten naar het oosten te begraven, zouden ze op het moment van de wederopstanding dan ook in de richting van Christus (nl. naar het oosten) kijken. Priesters werden daarentegen bijgezet met de voeten naar het westen en het hoofd naar het oosten. Zo zouden ze op de Dag des Oordeels hun parochianen kunnen overschouwen. Deze afwijkende oriëntatie voor priesters werd ook vastgelegd in de Rituale Romanum, een in 1614 door paus Paulus V (1605-1621) uitgegeven liturgisch boek dat de verschillende door priesters uit te voeren rituelen omschrijft, ondermeer m.b.t. het begraven. Deze afwijkende oriëntatie voor priestergraven zou vnl. een postmiddeleeuws gebruik zijn (wellicht vooral na 1600). Overigens schreef het Rituale Romanum ook voor dat priesters en geestelijken begraven moesten worden in hun rituele kledij, terwijl leken algemeen naakt in een lijkwade werden bijgezet.

Zowel de stratigrafische waarnemingen als de afwijkende graforiëntatie lijken het graf te plaatsen in de 17de of 18de eeuw. Zeer waarschijnlijk dateert de bijzetting van voor 1784, toen het begraven in de kerk werd verboden door keizer Jozef II.

Wie?

Op basis van 19de-eeuwse waarnemingen van grafstenen binnen de Sint-Pauluskerk zou het graf kunnen toebehoren aan Petrus Franciscus Carlier (° Oudenaarde, 18.10.1698), pastoor van Sint-Pauwels van 7 mei 1737 tot zijn overlijden op 13 januari 1781. Hij was dus bijna 44 jaar parochiepastoor en overleed op 82-jarige leeftijd.

Vermits de schedel bij de verdere werken zeer waarschijnlijk zou worden beschadigd of vernield, werd gekozen om hem te lichten. De rest van het graf (buiten de verwarmingssleuf) werd ongemoeid gelaten.

Tegen het achterhoofd van de overledene werd een rond metalen schijfje aangetroffen (zie foto). Bij het lichten van de schedel werden onder het hoofd en de hals textielresten waargenomen op de basis van de lijkkist.

Boven detailfoto en röntgenfoto van de stukjes textiel.

Erfpunt verbindt en inspireert