Boren is allesbehalve boring


Naar aanleiding van de komst van het nieuwe Speelbos Ter Beke in Sinaai zijn afgelopen week een kleine honderd gaten geprikt op het domein. Voorafgaand aan de graafwerken gaan onze archeologen in opdracht van de stad Sint-Niklaas via boringen na hoe de bodemopbouw in de bovenste meters ondergronds eruitziet. Hierbij boren ze in een grid van 25 op 25 met een boordiameter van 7 cm de grond op, die wordt beschreven en gefotografeerd. Als sprake is van een goede bodembewaring, volgt een verkennend archeologisch booronderzoek in die zones. Dit gebeurt volgens een nauwer grid van 10 bij 12 meter en met een grotere boorkop van 10 cm diameter. Ditmaal nemen de archeologen ook het opgeboord sediment mee, dat in ons verwerkingsatelier nat wordt gezeefd. Via controle van de zeefresidu’s speuren ze naar prehistorische resten uit de zeer lange periode van de neanderthalers en jager-verzamelaars tot en met het moment dat onze vroegste voorouders voor het eerst aan landbouw deden (130 000 tot 7000/5000 jaar geleden). Vaak zijn dit vuur- of kwartsietstenen artefacten die ontstaan zijn bij het maken van wapens of gebruiksvoorwerpen. Maar ook organische resten zoals verbrande (dierlijke) botrestjes, houtskool of verkoolde hazelnootdoppen zijn indicatief voor menselijke activiteiten in de steentijd. Vinden we deze zogenaamde ‘arte- of ecofacten’? Dan zijn op de meest interessante locaties bijkomend onderzoek in functie van steentijd nodig.

 

Levert het booronderzoek naar steentijdvindplaatsen niets op? Dan volgt meteen de zoektocht naar archeologisch erfgoed uit de metaaltijden, de Romeinse tijd, de middeleeuwen of de Nieuwe Tijd, kortom: vanaf de eerste sedentaire Waaslanders in het neolithicum tot in de vorige eeuw. Overal waar gewoond of begraven wordt of ambachten plaatsvinden, laten mensen sporen na in de ondergrond. Een proefsleuvenonderzoek, waarbij met een graafmachine verspreid over het gebied lange sleuven van maximaal een halve meter diep worden gegraven, is daarvoor de meest geschikte methode om na te gaan wat er onder onze voeten op de locatie van het toekomstig Speelbos schuilt. Gezien de aantrekkelijke landschappelijke ligging langs oude waterlopen, zijn de archeologische verwachtingen alvast hoog gespannen. Om de huidige fauna-akker nog intact te houden, zal het sleuvenonderzoek pas na maart 2025 plaatsvinden. Momenteel ligt de focus nog op het erfgoed uit de steentijd. Of de prehistorische mens hier ooit halthield en een kampement oprichtte, moet nog blijken. Wordt vervolgd…

Erfpunt verbindt en inspireert